Overeenkomst Europese
Commissie en Visa Europa inzake interchange voor
debetkaarten
Brussel, 26 april 2010 - Visa
Europa is verheugd met de overeenkomst die vandaag naar aanleiding
van een openbare raadpleging is bereikt met de Europese
Commissie(EC). De EC accepteert de door Visa Europa voorgestelde
toezeggingen inzake de multilaterale afwikkelingsprovisies voor
intraregionale debettransacties binnen de Europese Economische
Ruimte (EER). Visa Europa verwelkomt tevens het voorstel van de
Europese Commissie om de lopende procedures inzake de directe
provisies voor debetkaarten stop te zetten.
Op basis van de voorgestelde toezeggingen hanteert Visa Europa
gedurende vier jaar een limiet van 20 basispunten (0,2%) voor de
gemiddelde afwikkelingsprovisies voor directe debettransacties.
Dezelfde limiet geldt ook voor binnenlandse directe debettarieven
die vóór 10 maart 2009 werden doorberekend en voor binnenlandse
debettarieven die door Visa Europa worden bepaald. Veel van deze
landen hebben hun eigen regelingen voor het bepalen van de
binnenlandse interchangetarieven of hebben slechts enkele
debetkaartransacties waardoor de impact minimaal is.
“De voorgestelde toezeggingen inzake
provisies voor debettransacties zijn een belangrijke stap op weg
naar de verwezenlijking van de Gemeenschappelijke
eurobetalingsruimte(SEPA) en de voortdurende verschuiving van
inefficiënte kastransacties binnen Europa,” aldus Peter Ayliffe,
President en Chief Executive Officer van Visa Europa: “Dit zorgt
voor de hoognodige wettelijke zekerheid binnen de industrie en
biedt tevens een mechanisme voor herziening van het gemiddelde
tarief van 0,2%, zodra nadere gegevens beschikbaar komen over de
kosten van de verschillende betalingsmiddelen, inclusief contanten.
Ik ben er gerust op dat onze toezeggingen leiden tot het instellen
van een passende methodologie voor de kosten van kastransacties,
die zowel grensoverschrijdend als binnenlands kan worden
toegepast.”
“Met het voorstellen van deze
toezeggingen heeft Visa Europa gehandeld in het beste belang van
consumenten, winkeliers en de bij ons aangesloten banken. Visa
Europa heeft er altijd voor gezorgd dat haar betaalkaarten
substantiële voordelen bieden voor zowel consument als
winkelier.”
De toezegging om een limiet te stellen
aan Visa Europa’s multilaterale afwikkelingsprovisies voor directe
debettransacties, is berekend op basis van de zogeheten “merchant
indifference test”, die recentelijk is ontwikkeld in economische
studies. De Commissie heeft in het bijzonder voor de gehele EER de
limiet voor directe debettransacties berekend door het gemiddelde
te nemen van twee onderzoeken die in Nederland (in 2005) en in
Zweden (in
Persbericht
2007) door de centrale bank zijn verricht en waarbij de kosten
van contante betalingen en betalingen met een betaalkaart in de
respectieve landen werden beoordeeld.
Omdat de gegevens waarop de Commissie
zich bij haar recente berekeningen heeft gebaseerd, niet volledig
zijn en vooralsnog niet alle relevante kostencategorieën omvatten,
bevatten de toezeggingen een duidelijk mechanisme voor herziening
van de limiet van 0,2% zodra nadere gegevens beschikbaar komen. De
Europese Commissie is inmiddels al gestart met een pan-Europese
studie naar de kosten van de diverse betalingsmethoden. Voor de
opzet van dergelijke studies heeft Visa Europa al haar kennis ter
beschikking van de Commissie gesteld. Ook heeft zij de Commissie
een gedetailleerde lijst voorgelegd (zie bijlage) van alle punten
die naar haar mening bij een degelijk en redelijk kostenonderzoek
aan de orde moeten komen. In de voorgestelde toezeggingen is tevens
opgenomen dat Visa Europa ook in de toekomst wordt geraadpleegd
over de methodologie van de Commissie. Visa Europa ziet er in dit
opzicht naar uit nauw samen te werken met de Europese
Commissie.
De voorgestelde toezeggingen
onderstrepen het belang dat er een gemeenschappelijke methodologie
wordt ontwikkeld, die door de mededingingsautoriteiten in de gehele
eurobetalingsruimte kan worden gebruikt om binnen lokale
rechtsgebieden multilaterale afwikkelingsprovisies voor directe
debettransacties te berekenen. Hierdoor ontstaan gelijke
concurrentievoorwaarden voor alle vierpartijen debetkaartensystemen
die actief zijn in Europa.
De voorgestelde toezeggingen betreffen
alleen de multilaterale afwikkelingsprovisies voor directe
debettransacties, en niet die voor kredietkaarten, kaarten met
uitgestelde debitering en commerciële transacties. De toepassing
van de zogeheten “merchant indifference test” op krediettransacties
en transacties met uitgestelde debitering is een stuk
gecompliceerder in omstandigheden waar contanten geen realistisch
alternatief zijn voor krediet. Visa Europa en de Europese Commissie
zetten hun overleg over deze complexe zaken de komende maanden
voort, met als doel tot een gezamenlijke oplossing te komen. In
afwachting van de uitkomst van deze besprekingen blijven Visa
Europa’s multilaterale afwikkelingsprovisies voor intraregionale
krediettransacties en transacties met uitgestelde debitering
ongewijzigd.